Bio

Simone wordt geboren in Zolder op 10 januari 1924 als Maria Germaine Reynders.

Als kind ontdekt ze op de zolder van de voorvaderlijke hoeve papieren en boeken met prenten. De mysterieuze tekens onder de afbeeldingen intrigeren haar zo, dat ze iedereen naloopt, vraagt en zeurt tot ze het kan ontcijferen. Zo leert ze zichzelf op vijfjarige leeftijd lezen.

Haar ouders verhuizen naar Helchteren.

Leergierigheid brengt haar ertoe ‘de Gazet van Hasselt’ te verslinden in de weinige tijd die haar rest tussen het schoolgaan en moeder helpen in het steeds groter wordende gezin. Er komen negen kinderen. Dat gegeven en de economische crisis van het interbellum, maken dat haar ouders gevolg geven aan de vraag van de zusters om het meisje reeds op veertienjarige leeftijd in het klooster op te nemen. Daar zou ze kunnen leren en daar zou ze eten hebben.

In het klooster in Sint Niklaas gaat de tweede wereldoorlog aan haar voorbij terwijl ze in de normaalschool het diploma van onderwijzeres behaalt, om daarna in een volksbuurt arbeidskinderen te onderwijzen. Ze keert terug naar Limburg en geeft les in Houthalen terwijl ze ’s woensdags en ’s zaterdags Hogere Pedagogische Wetenschappen studeert in Hasselt; behaalt aan de regentenschool te Tongeren het diploma Regentes Moderne Talen en gaat in 1960 naar Leuven om filosofie en godsdienstwetenschappen te studeren.

 

Dan ontdekt ze de klei. Haar eerste werken ontstaan en er komt reactie uit de kunstwereld. Maar toch komt de school op de eerste plaats. Omdat ze vindt dat dochtersmijnwerkers kansen moeten krijgen om te studeren slaagt ze erin, ondanks veel tegenwerking, om een lyceum op te richten. Ze koopt grond, neemt een architect, een aannemer en vindt stevige schoolbanken. ’s Avonds bakt ze keramiektegels om de tafels te verfraaien. Ze vindt leerkrachten en voert de school door de eerste zes moeilijke jaren tot de eerste leerlingen naar de universiteit kunnen. Ze leidt een opvolgster op en vindt zich nu wel gerechtigd om een eigen leven te gaan leiden.

In een vervallen 17de eeuwse wijnbouwershoeve te Bas-Oha, aan de oevers van de Maas, vindt Simone eindelijk de tijd en de rust om zich bezig te houden met wat haar echt interesseert : de klei.

Naast de keramieken begint ze ook wandtapijten te creëren. Naargelang haar gloeiende interesse van het ogenblik, ligt de woonkamer bezaaid met boeken over het onderwerp. Ze graaft er zich dieper en dieper in totdat haar handen vertalen wat er in haar leeft, in de vorm van een keramiek of een wandtapijt.

In het oude huis aan de Maas gaan werelden voor haar open. Vrienden. Praten. Lachen. Tentoonstellingen. Boeken. Reizen. Ze graaft naar de bronnen, de oerthema’s en naar de sprookjes van Denemarken. Ze reist veel, maakt een tocht naar de Graal in Engeland, gaat naar Santiago de Compostela, zoekt naar de legenden van het Baskenland, Guernica, Zuid Frankrijk en Zuid Spanje. Hier verdedigt ze de bergen ten oosten van Malaga door met andere kunstenaars het land te besparen van het opkomende toerisme in de streek. En dan is er Egypte, Egypte en Egypte...

Haar creaties worden opgemerkt. Ze ontvangt in 1976 de ‘Prijs van de Minister van de Franse Cultuur’ voor haar totale oeuvre. In 1978 krijgt ze de ‘Prijs van de 9 provinciën’ en wordt ze door de provincie Brabant uitgenodigd om haar werken tentoon te stellen in hun galerij in Brussel.

Het werk van Simone is moeilijk bij een bestaande kunststroming in te delen. Hoogstens kan je spreken van een zekere vorm van symbolisme. Het poëtisch aanbrengen van tekens en personages, die elk een afzonderlijke boodschap dragen, vervalt nooit in surrealistische excessen. Ze verwerkt haar verhalen, de mythen in al hun facetten tot een compact, harmonieus geheel.

Met het ouder worden werd de boerderij in Bas-Oha te groot maar ze bleef boven haar atelier in een appartementje wonen. Hoewel ze macula kreeg, een oogziekte die haar netvlies aantastte, bleef ze kunst maken. In 2014, op haar negentigste, voltooide ze haar laatste wandtapijt.

Simone stierf in September 2016 op 92 jarige leeftijd. Voor Simone kreeg het leven pas zijn volle betekenis vanuit de dood. Met de oude koningin uit het boek van Joan Grant :”Winged Pharaoh”, zei ze in alle volheid: “Ahead of time, I shall at last unbar death’s final gate and walk in the fields of the long standing corn... and walk with my dear companions in the light.” … Tot er wellicht een nieuwe les dient geleerd, een nieuwe opdracht dient uitgevoerd te worden.

 

 

 

Copyright @ All Rights Reserved