Afscheid van Herman

Afscheid van Herman - 1997

Afscheid van Herman - 55cm hoogte

Uit een brief van Herman De Coninck, geschreven bij Simone in Bas Oha, in 1981 aan Lieve Coppens, zijn tweede vrouw.

 

... En dan moet ik je nog iets vertellen over Simone, Ik weet ineens weer hoe ze heet. Vandaag een goed uur daar geweest, maar ik dierf niet te lang te blijven, voor ’t geval je vanavond al zou gekomen zijn.

(Ik ben nog per fiets een half uur heen en weer gaan rijden, om bij die boer te telefoneren, van bij wie ik de zondag had gebeld, maar ik vond zijn boerderij toch niet meer zeker.)

 

Prachtmens. Sinds haar veertiende in het klooster, de tweede oudste van het een gezin van negen, mooi vanaf. Zoials een job bij de staat, bijna. Dat was dan nog wel geen noviciaat; maar iets wat daaraan vooraf gaat, een juvenilaat of hoe het ook moge heten, en op haar achtiende moest ze dan geloftes afleggen. Is tot haar zesenveertigste gebleven, mede omdat ze intussen een school zelf had opgericht ten behoeve van arbeidskinderen uit Maaseik, want dat was snit en naad, en daarmee gedaan. En heeft er terwille van die school, waar ze directrice was, nog een kleine tien jaar bij gedaan, inmiddels wel in Leuven studerende, in mijn tijd nog wel, en onder haar minnaars (zonder dat het ooit wederzijds was, blijkbaar) noterende B[...] als C[...]. Borsten die er als ellebogen instaan, ongeveer op die hoogte ook.

Leest ‘Pour’, een halfweg-maoïstenblad geweest, nu nog steeds erg links, leest Christopher Lasch, en Neruda en Ezra Pound en Nietzsche, dat was alleen wat ik meteen zag liggen, leest nu ook De Coninck, sinds ze hier dinsdag even langs kwam lopen, en heeft al genoeg gelezen om te weten dat ze van me houdt en dat is voor ’t leven hé! Gaf tot voor drie jaar, ergens in Hasselt, psychologie. Gaat naar Survival-meetings van de Indianen. Zegt dat wat haar overeind gehouden heeft, al die jaren in het klooster, het besef was dat ze er niet bij hoorde, bij onze hele rationele kultuur niet. Zoals ze nu nóg steeds nergens bij hoort, een beetje rondhekst, alles van kruiden weet en er theetjes en slaatjes van maakt, enfin, dat nergens bijhoren was haar vorm van zichzelf zijn. En dat kon ook rustig in het klooster, alle regels waren daar zo vanzelfsprekend dat het in niemands hoofd zou opgekomen zijn dat zuster ’de die’ daarvan afweek. Ze lieten je met rust.

 

Jan Arp heeft haar vorig weekend zeven zakken met lappen gegeven, daar maakt ze poppen van. Ze zei toen meteen tegen mij: dat is toch ook wat jij doet, met materiaal wat niemand nodig heeft, afgeleefde woorden, iets nieuws maken?

 

Over eenzaamheid kan ze mooie dingen zeggen. Da’s het moeilijkst om te bereiken, zegt ze zelf, maar ze kon niet anders, het moest. Ik ben alleen, dat is wat het is, zegt ze. En ik ben hier komen wonen, en uit de school weggegaan, om aan mijn dood te denken. Ik heb wel twintig redenen, en die geef ik ook op zoals het mij uitkomt, maar dat is de ware reden. Je bent geboren en je gaat dood, en naar die twee punten trek je verbindingslijnen. En vreemd hoe zo’n mens haar zekerheden heeft. Enfin, vreemd zijn twee dingen. Dàt, en hoe ze alleen wil leven. Want er gaat een kommunikatiekracht van haar uit waar je niet van terug hebt. Meteen. Vlam, dit ben ik, niet agressief, maar kijk, te nemen of te laten. Zou je ooit kunnen té zeker zijn, te eigengereid zijn, om samen te leven? Want dat is het tweede vreemde: haar filosofie is : nooit twijfelen. Het is zoals het is. Dat ik doodga, bijvoorbeeld. Maar ook al de rest is zoals ik het zie. En als dat niet zo is, zal dat vroeg of laat wel blijken, en dan zie ik het weer anders zoals het is.

 

En als je daar zo met het minimum woont, alleen jezelf (en een prachtig versierd poppenhuis, Laura zal zich vergapen), dan is al wat je erbovenop krijgt kado. B[...] die een briefje schrijft: nooit om gevraagd, kado. Ik die op bezoek kom, idem. Alles, kortom. Als je maar met niks kan leven.

 

Herman

 

(Uit 'Een aangename postumiteit van Herman de Coninck - Brieven 1965-1997')

 

Copyright @ All Rights Reserved