Symbolen

Symbolen gebruikt in de werken van Simone

APPEL: een oeroud symbool voor vruchtbaarheid. Een rode appel is een liefdesteken, maar kan ook ‘verboden vrucht’ betekenen.


ANKH/LEVENSTEKEN: oud Egyptisch symbool voor levensadem, levensgeest of ziel; vorm van een Latijns kruis met een cirkel bovenaan; je ziet er een mensenlichaam of sleutel in.


AUTO: staat vaak voor ’het eigen ik’ dat beheerst moet worden; kan voorspoed, rijkdom betekenen; roept snelheid, beweeglijkheid op.


BABY: aankondiging van nieuwe ontwikkeling en onbewust verlangen naar geborgenheid. De drager van een baby, moet geduld oefenen en verantwoordelijkheid opnemen.


BAL: is een totaliteitssymbool, te vergelijken met aardbol en zon, d.w.z. in beweging gezette psychische energie; kan je ook associëren met spel, plezier, jeugdigheid, verandering.


BALLON: staat voor vluchtigheid in het leven, het jagen naar geluk.


BARK: zie boot.


BERG: wijst op problemen of uitdagingen, die zich tot de hemel opstapelen; de top bereiken duidt op succes.


BLAD: meestal onderdeel van de levensboom: jonge bladeren wijzen op een gezond leven, vallende bladeren op zwakke plekken in onze ziel of teleurstellingen.


BLAUW: kleur van de waarheid, van psychische ontspanning, van geestelijke superioriteit; kleur van water en van lucht, teken van zuiverheid, van vrijheid, grenzeloosheid.

Kleur van de keelchakra en het derde oog.


BLIND: ontbreken van vooruitziende blik of mensenkennis; bedrogen of misleid worden.


BLOEM: bloeiende bloemen zijn, afhankelijk van de kleur, een uitdrukking van (mooie) gedachten en gevoelens.


BOOM: archetypisch symbool voor leven, vandaar ook ’levensboom’ of stamboom. Hoge bomen wijzen op grote eer, bloeiende bomen op persoonlijke voorspoed, bomen die vruchten dragen wijzen op succes.

- de eik wordt gebruikt voor de mannelijkheid
- de linde voor de vrouwelijkheid

Is ook symbool voor verbinding tussen hemel en aarde, met wortels in ‘moeder’ aarde, dus verbonden met het verleden, de voorouders; de kruin reikt naar de hemel, en verwijst naar idealen, toekomst, en licht.

De boom van Jesse verwijst, zoals het oude testament vermeldt, naar de voorouders van Maria.

Yggdrassill (levensboom en kennisboom), een eindeloos vertakte vorm van ’dat wat is’; komt uit de Noorse traditie; deze boom omvat alle leven, zijn wortels worden beschermd door de slang.


BOOT: moet ons veilig overzetten naar de plek waar ons een nieuwe, onzekere toekomst wacht. Varen we in rustig of onrustig water? Is er een goede gids?

De dood/onze laatste reis, stellen de Egyptenaren voor als een tocht van onze ziel naar de overkant …over de Styx of de Nijl…


CHAKRA’S: (zie ook stralen) zijn energetische knooppunten of poorten in het lichaam. De plaats die straalt geeft aan welk orgaan of handeling geactiveerd wordt. Voorbeelden: het derde oog = streven naar inzicht; het hart = delen van liefde, mededogen; de handen = helpen en ondersteunen.


CIRKEL: geometrische figuur (een groep mensen in een kring, een zon); symbool voor energie en licht. Het is een bundelen van krachten, in een gesloten, oneindig pad met in het midden een punt als bron. De oneindige lijn is een totaliteitssymbool.


DERDE OOG: energetische poort naar het niet fysieke, voorbij de materiële werkelijkheid; groeiend inzicht in het onbewuste, paranormale, het hogere weten…


DORP: wens om terug te keren naar een eenvoudige en natuurlijke levenswijze, naar een vreedzaam bestaan samen met vrienden en familie. Nostalgie.


DRAAK: archetypisch symbool voor de oorspronkelijke, koelbloedige vitaliteit, waaruit het geestelijke verbannen schijnt te zijn. In het christendom ’oorsprong van alle kwaad’, in oude culturen zoals China… ’oerkrachten die allesoverheersend zijn’.


DUIF: symbool voor vrede, het zachtzinnige en het gevoelige. Symbool voor de H. Geest/Sophia: bode van God


DUIKER: diegene die in waaktoestand op zoek gaat naar geestelijke waarden die zijn leven op een hoger peil brengen om zo tot op de bodem van zijn ziel te geraken.


EEN: oorspronkelijke, ongedeelde eenheid, die het ’begin’ symboliseert.


EEND: zijn waggelende gang wijst op moeilijkheden en traagheid die ons vooruitkomen belemmert. Zijn zwemmen doet hopen op een snelle realisatie van plannen, die vrijwel zeker door zullen gaan.


EENHOORN: een wit paard met een lange scherpe hoorn, dat alleen kan gevangen worden door een maagd. Mythologisch dier, symbool voor zuiverheid en genade.


Ei: kiem voor iets nieuws, iets wat verandert; begin van een nieuwe levensfase; symbool voor wedergeboorte.


EMBRYO: Zie ei, baby.


EZEL: een ’koppige’ ezel wijst erop dat men nog een tijdje de lasten en zorgen moet dragen waarmee men zichzelf, al dan niet vrijwillig, heeft opgezadeld; m.a.w. signaal om meer geduld te oefenen en te hopen op betere dagen.


FENIKS: fabeldier uit de Griekse en Chinese mythologie. Deze vogel is in staat om steeds opnieuw uit zijn eigen as te worden herboren. Is symbool voor wedergeboorte, het doorstaan van beproevingen op een goede wijze.


FLUIT: zoals alle blaasinstrumenten, mannelijk seksueel uit te leggen: het verlangen naar een geliefd persoon.


FRUIT: naast seksuele interpretatie, verwijst het naar vruchtbaarheid, rijkdom van gedachten en gelukkige wendingen in het dagelijks leven.


GANZEN: een domme gans wijst op onervarenheid, een geplukte op misbruik, een snaterende op geroddel, een vliegende op vrijheid (vliegen naar een nieuw leven).


GEBOUWEN: teken van bezit, rijkdom. Zie ook huis.


GEESTEN: aanwezigheid van overledenen, voorouders.


GEVANGENE: het gebonden zijn aan mensen en/of omstandigheden van wie men zich zou moeten losmaken.


GRAAN: vrucht die de akker draagt, wordt geoogst om ons kracht te geven. Eerst moet er hard gewerkt worden vooraleer we kunnen oogsten of plezier maken.


GROEN: kleur van de lente, van hoop, van gevoelens; kleur van de hartchakra. Groen belooft geluk in de liefde, welstand, vreugde en vrede. Enkel gifgroen is een negatief voorteken, nl. de kleur van de duivel of de weerwolf.


HAAN: herinnert er ons aan dat het tijd wordt om te handelen. Een rode haan wijst op het hartstochtelijk vuur van de liefde.


HANDEN: zijn het lichamelijk instrument van het handelen; reiken naar iemand of iets. Stralende handen geven kracht, handen met ogen zijn helpende handen die alles zien (ook het verborgene), handen met een lieveheersbeestje koesteren het leven.


HARP: dit moeilijk te bespelen instrument wijst op lage verwachtingen naar het resultaat.


HART: woning van de ziel, van de gevoelens. Een groot hart hebben, een gebroken hart, een hart van goud, hartjes in de vorm van een kruik die van alles bewaart…


HEK: een hindernis op ons levenspad, een grens, een belemmering; een omheining kan ook bescherming, geborgenheid bieden.


HOND: symbool voor onze instincten, ons onbewuste, maar ook troeteldier, beschermer.


HUIS: symbool voor het menselijk lichaam; de gevel is de uiterlijke schijn, het dak symboliseert het hoofd, de kelder het onbewuste. Kan teken zijn van bezit, van huiselijkheid.


ISIS: Egyptische godin, vrouw van Osiris, moeder van Horus; moeder van alle leven, bewaakster en beschermster van leven en dood, heelmeesteres en uitvindster van de landbouw.


KAARS: symbool voor licht en liefde


KAT: symbool voor ongebondenheid, individualiteit, egocentriciteit, rusteloosheid, onvoorspelbaarheid; zowel zacht en rustig, als lenig en sluw.


KEELCHAKRA: de keel is de poort naar de buitenwereld, de plaats van creativiteit. De stem is de bron van berichtgeving.


KEGEL: onderdeel van een spel, wens om een rustig leven te leiden.


KERSEN: symbool voor gevoel en liefde. Kersen plukken = ’vrienden maken’, zoete kersen zijn als zoenen, zure betekenen teleurstelling.


KEVER: symbool voor twijfelen, gespannen zenuwen, stress. (zie ook mestkever of scarabee).


KIKKER: symbool voor transformatie: van kikkerdril tot kikker, zowel op het water als op het land… Overwinnen van afkeer, want achter een lelijk uiterlijk kan een goed karakter schuilen.


KIP: kakelende kip staat voor verlies van controle; kuiken daarentegen is symbool voor Pasen, lente, nieuw leven. (zie ook kuiken)


KLAUWEN: staan voor hindernissen of belemmeringen in het leven.


KOOI: slaat op gevoelsmatige benauwdheid, minderwaardigheidscomplex, het gevangen zijn van de psyche.


KREUPEL: wijst op hulpeloosheid, op een ziektebeeld binnen onze geest.


KROON: symbool voor macht, maar ook voor machtsmisbruik (gouden -); een doornenkroon wijst op leed en een mirtekroon op bruiloft of begin van een nieuw leven.


KUIKEN: geluksbrenger, teken van een rijk nageslacht; ook symbool voor Pasen, lente, nieuw leven.


LADDER: draagbare trappen symboliseren een onzeker vooruitkomen en wisselvalligheid op de levensweg. Sport voor sport naar boven klimmen staat voor moeizame carrière.


LAM: symbool voor geduld en verdraagzaamheid, ook van offer.


LEEUW: in de antieke oudheid werd deze gelijkgesteld aan het oergeweld van de zon. Hij is teken van ongetemde psychische energie, van hartstocht en kracht.


LEVENSBOOM: zie boom


LEVENSTEKEN zie ANKH


LEVENSSTAF: een stok (staf voor een bisschop) in hout of metaal; enerzijds (ter vervanging van de levensboom) verbinding tussen hemel en aarde, om op te steunen, om richting te geven, om kracht uit te stralen; anderzijds verlengde van je handen, om te helen en jouw krachten door te geven.


LOTUS: symbool voor de kruinchakra; een mythische bloem die geopend, het openbloeien van alle energetische kanalen voorstelt; met wortels in moerassige grond, stengel in het water en een knop die reikt naar het zonlicht om zich in de lucht te openen. Omdat bladeren en bloemen er nooit modderig uitzien, is ze ook symbool van zuiverheid.


LUCHTBALLON: zie ballon.


MAAN: licht van het onbewuste, het vrouwelijke; wassende/halve maan wijst op groei, heldere maan op respect en achting, volle maan op een gelukkige periode.


MAIS: de kolf is een fallussymbool dat levens- en liefdeskracht uitstraalt. Bij de Indianen was dit basisvoedsel, oorsprong van leven en samenleven.


MARIA: Moeder van Jezus, symbool voor moederschap, geïnspireerd op Isis en Horus. Maria als Virga Jesse, is de maagd die een zoon/Jezus baart uit de stam/boom van Jesse.


MASKER: wijst op onoprechtheid, zich verstoppen ’of’ op een vrolijke wijze een andere kant laten zien (carnaval).


MESTBOL: droomuitleggers in de antieke oudheid zagen er geluk en rijkdom in, omdat mest zorgt dat planten groeien en vruchten dragen.


MESTKEVER of SCARABEE en kever: in het oude Egypte symbool voor eeuwig leven, teken van de cirkel van het Zijn. De eitjes die hij in mestafval legt (= het verleden), zijn de toekomst van nieuw leven.

NEUS: nieuwsgierigheid (een fijne neus, een lange neus….)


OUROBOROS: zie slang


OLIELAMP: drager van licht, alles loopt goed als er een vlam is: de uitweg wordt zichtbaar. Wees waakzaam en zorg dat de olielamp goed gevuld is.


OGEN: orgaan van het licht, van het bewustzijn, waaruit volgens een van de Egyptische scheppingsmythen, de wereld is ontstaan. Het oog is ook spiegel van de ziel.

- Eén oog, in een stralende driehoek, noemt men het alziende oog van de schepper, van God.

- De cyclopen hadden één oog en waren reuzen met een enorme kracht.

- Het derde oog bevindt zich boven en tussen de twee natuurlijke ogen en is een poort naar de wereld achter het zintuiglijk waarneembare.

- Ogen in de handen, symboliseren het alziende oog van de god of godin (Kuan Jing, de Maria van het oosten) die alles ziet en iedereen helpt.


PAARD: de oorspronkelijke elementaire levenskracht van de mens. Het speelgoed hobbelpaard staat voor droom van beweeglijkheid en latere carrière.


PARADIJSVOGEL: het paradijs is het droombeeld van een ideale toestand, een plaats van vrede en geluk. De mythische paradijsvogel is de gids naar deze ideale plek.


PAREL: in de antieke oudheid betekenden parels verdriet. Parels zijn tegelijk als stenen, hindernissen die zich omvormen tot juwelen als gevolg van het goed doorstaan van beproevingen.


POES: zie kat.


POPPEN: wezenloze wezens waarmee men kan spelen maar niet mee samen kan leven. Als speelgoed zijn ze symbool voor een gelukkige kindertijd.


ROOD: kleur van bloed, symbool voor levenskracht, warmte, loutering, liefde, barmhartigheid, en teken van opoffering en nood. De kleur heeft iets strijdlustigs én hartstochtelijks, maar is tegelijk waarschuwing.


SCARABEE: zie mestkever.


SCHELP/GROT: plek van geborgenheid, van genezing, waar het leven is ontstaan, cf. baarmoeder. Een hol waarin nimfen wonen.


SCHOOL: onbewuste herinnering aan het feit dat men nooit is uitgeleerd; wijst op de leerschool van het leven.

Voor Simone, oprichtster en directrice van een nieuwe school in Houthalen was dit een belangrijk deel van haar leven.


SLANG: volgens C.G. JUNG is de slang gevaarlijk én heilzaam, een wezen dat op raadselachtige manier vijandigheid opwekt (cf. aards paradijsverhaal) maar tegelijk dragende kracht van onze vaak tegengestelde diepste en meest energieke psychische krachten. Die kunnen zowel een goede als een kwade richting inslaan.

In de christelijke traditie wijst slang op verraad, bron van het kwade.

In andere tradities is ze symbool voor genezende kracht: de slang ontdoet zich van zijn oude huid. Asklepios, de Griekse god van genezing, draagt een levensstaf waarrond een slang kronkelt, nu nog steeds het symbool bij artsen voor ’genezen’.

Bij de chinezen verwijst het naar draken (vliegende slangen), die de oerkrachten van de elementen (aarde, water, vuur, lucht) bezitten.

Ouroboros komt uit het Oudgrieks en betekent staart-eter: de slang die in haar eigen staart bijt. Het is een van de oudste mythische symbolen ter wereld nl. symbool voor eeuwig leven.

Zie wandtapijt Quetzalcoatl.


SLEUTEL: wijst op een geheim, waarvoor we de sleutel zoeken (liefde kan iemands hart openen); soms ook een waarschuwing om plannen niét te wijzigen.


SPEELGOED: wens om jong te zijn, om zorgeloos te kunnen leven als een kind. Simone gebruikt in haar werken: hobbelpaard, kinderwagen, klompen, kegel, springtouw…..


SPIEGEL: betekent bij de Egyptenaren dood of rampspoed. Moderne droomuitleggers zien de spiegel als zichzelf waarnemen om zichzelf te corrigeren.


SPRINGTOUW: straalt jeugdige beweeglijkheid uit. Door te springen krijg je controle zowel over het touw als over je lichaam.


STAF: zie levensstaf.


STERREN: zij verlichten de nacht van het onbewuste en maken oriëntatie mogelijk voor het volgende doel in het leven. Heldere hemel wijst op een gelukkig gesternte.


STRALEN: uiting van energetische krachten, van licht en liefde. De bron van de stralen zijn bron van leven.


ZINTUIGEN/ORGANEN:

- Oog is symbool voor het Goddelijke, de almacht.

- Hoofd is teken van verlichting, wijsheid, inzicht.

- Hart is bron van liefde.

- Handen zijn symbool voor hulp, mededogen.

- Buik staat voor creativiteit, productiviteit.

- Voeten en tenen symboliseren aarding, standvastigheid, verbondenheid met moeder aarde, milieubewustzijn.


SWASTIKA: oeroud Mongools, Indisch symbool voor ’leven’, geeft de wijze van de energetische levensstroom weer.


TE DEUM GRATIAS: Dank aan U, God.


TWEE: symboliseert de tegenstellingen, het goede en het kwade, het zijn en het niet zijn, het mannelijke en het vrouwelijke, licht en donker.


TRALIES: het afgescheiden zijn van iets. Zie ook gevangene.


TRANEN: vreugdetranen brengen licht in het dagelijks leven; tranen van verdriet wijzen op zorgen en pijn.


UURWERK: de tijd loopt snel, gebruik hem wel.


VIERKANT: symbool voor plaats, aarding, standvastigheid, afbakening; gevoel voor orde.


VIJF: getal van het natuurlijke frisse leven, symbool voor geluk.

Volgens de Chinese filosofie getal van het midden, waarin zich het vrouwelijke (yin) en het mannelijke (yang) verenigen. Het vrouwelijke symboliseert het aardse en meegaande, het mannelijke het hemelse en sterke.


VIS: symbool voor de diepte van de menselijke ziel. Door hun wendbaarheid en speelsheid zijn vissen teken van vernieuwing en verjonging. Als voedsel zijn ze levengevend. Christus wordt daarom voorgesteld als een vis.


VLAM: zowel teken van innerlijke loutering als waarschuwing voor psychische of fysieke schade. Voor Egyptenaren wijzen vlammen op financiële voordelen.


VLIEGEN: staat voor een opgeschroefd zelfbewustzijn, zich afsluiten voor de realiteit van het leven en vluchten in dromen.


VLINDER: volgens Aeppli zinnebeeld voor verandering van de eigen ziel, analoog aan de levensloop van de vlinder (ei, rups, cocon). Fladderen refereert naar het zoeken van de ziel naar een overtuiging.


VOGEL: paradijsvogel (zie aldaar), duif, eend, gans, zwaan. De vogel leeft in de lucht, het terrein van de gedachten; hij kan de ziel symboliseren.


VUUR: archetypisch beeld van de geest en de liefde. Vuur geeft warmte, geborgenheid, straalt hartstocht uit, maar kan ook verteren. Volgens Jung een element van loutering, dat verbrandt wat oud en versleten is.


WATER: symbool voor het onbewuste, levensbehoeder, bron van leven; zuivert ons van datgene wat ons bezoedelt.


WEEGSCHAAL: symbool voor evenwichtig gedrag; in balans is ze een teken van rechtvaardigheid.


WIT: symboliseert zuiverheid, (cf. trouwkledij) maar ook onthouding en rouw.


WORM: het kruipende dier zonder wervels kan wijzen op hulpeloosheid; er kan ons iets ergeren of aan ons knagen.


YGGDRASILL: zie boom.


ZEE: het telkens op en neer gaan van de zee is een archetypisch symbool voor de hoogtes en laagtes in het leven; symbool voor het collectief onbewuste.


ZEE-STER: is vijfarmig, is lichtpunt, rustpunt, een geschenk uit de zee/het collectief onbewuste.


ZIEL: het wezenlijke van iets, de bron van waaruit een beweging of actie ontstaat, bezieling, begeestering.


ZILVER: wijst op positieve vrouwelijke waarden.


ZON: positieve mannelijke kracht, symbool voor levensenergie, het creatieve en het bevruchtende. Opkomende zon betekent succes, ondergaande zon het hervallen in de saaie alledaagsheid.


ZWAAN: symbool voor zuiverheid, rust, gratie maar ook van heimelijkheid in een liefdesrelatie.



* Samengesteld met behulp van G. FINK, Dromen-encyclopedie, Rijswijk, 1992